Afspraken over risico Stoffen en meelstof

Brancheafspraken

Algemene beheersmaatregelen

Om de blootstelling aan schadelijke stoffen tot een acceptabel basisniveau terug te dringen, zijn op brancheniveau de volgende algemene beheersmaatregelen opgesteld:

  • Bij (her)ontwerp van werkplekken wordt vooraf de blootstelling van medewerkers aan schadelijke stoffen beoordeeld. Als de blootstelling een gezondheidsrisico met zich meebrengt, moet het ontwerp worden aangepast.
  • Bij de aanschaf van nieuwe machines, installaties en gereedschappen worden vooraf eisen gesteld aan de maximale hoeveelheid vrijkomende stof(fen) bij de bediening van de machine of het gereedschap.
  • Na installatie van een nieuwe machine of installatie wordt geëvalueerd of de vrijkomende hoeveelheden stof(fen) in de praktijk voldoen aan de eisen die in het programma van eisen zijn gesteld.
  • Op basis van de ATEX-137 wordt het voorgeschreven explosieveiligheidsdocument opgesteld en een plan van aanpak gemaakt. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de ATEX-Handleiding Bakkerij en Zoetwarenindustrie.
  • De werkgever brengt op een gedegen manier in kaart welke productieapparatuur, installaties en gebouwdelen mogeljik asbesthoudend materiaal bevatten. Op basis daarvan kiest hij per object voor: saneren, aanvullend onderzoek of beheersen.
  • Voor het in kaart brengen van mogelijk asbesthoudende objecten, en bij het daaropvolgende keuzeproces, maakt hij gebruik van de 'Handreiking Asbest in Bakkerijen en Zoetwarenbedrijven', of een methodiek met een vergelijkbare kwaliteit. Daarin staan de volgende punten centraal:
  1. Prioriteit gaat uit naar apparatuur waar productie- of technische personeel regelmatig in of aan werkt en/of waarin zich product bevindt. Voor onderzoek naar aanwezigheid van asbest in deze apparatuur wordt een SC-540 erkend asbestinventarisatiebureau ingeschakeld;
  2. Indien de aanwezigheid van asbestverdacht of asbesthoudend materiaal aangetoond is of niet uit te sluiten, met risico's voor medewerkers, dan wordt een goede risicobeoordeling gemaakt door een SC-560 gecertificeerd adviseur;
  3. Sanering verdient - waar mogelijk - de voorkeur boven beheersen;
  4. Een sanering waarbij bewerkingen aan het materiaal uitgevoerd gaan worden (risicoklasse 2 of 2a) moet altijd worden uitgevoerd door een SC-530 gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf. Daarbij is toezicht op juiste uitvoering van sanering en correcte vrijgave na sanering vereist door Deskundig Toezichthouder Asbestverwijdering (DTA).
  5. Als wordt gekozen om asbest (nog) niet te verwijderen, wordt een asbestbeheersplan opgezet en ter instemming aan de OR of PVT voorgelegd. Dat asbestbeheersplan bestaat minimaal uit de onderdelen: voorlichten en opleiden, eventueel afschermen, veilig onderhoud, monitoring, aanpak bij calamiteiten en incidenten en documentatie.

Het is aan te bevelen om als bedrijf een meerjarenplanning op te stellen van de te houden saneringen in de komende jaren.

  • Bij het opruimen van gemorst meelstof wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van natreiniging en stofzuigers. Alleen als dit niet mogelijk is, wordt een bezem gebruikt. Bij het schoonmaken wordt alleen gebruikgemaakt van perslucht op plaatsen waar het niet mogelijk is om andere reinigingsmethodes toe te passen. (Meer informatie (A-13))
  • Voor elke stof die in een bedrijf aanwezig is en die een veiligheids- of gezondheidsrisico kan vormen, is een Nederlandstalig veiligheidsinformatieblad beschikbaar. De leverancier is verplicht deze te verstrekken. Het veiligheidsinformatieblad bevat uitgebreide informatie over de gevaren van de stof en de te nemen maatregelen.
  • Voor stoffen die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid van medewerkers moet het volgende worden vastgelegd:
  • wat het gezondheidsrisico is;
  • welke eerstehulpmaatregelen in geval van een calamiteit moeten worden genomen;
  • welke persoonlijke beschermingsmiddelen geschikt zijn;
  • welke maatregelen moeten worden genomen om de risico’s weg te nemen of te beperken;
  • welke regels en procedures van toepassing zijn voor omgang, reiniging en persoonlijke hygiëne. Voor meer informatie kunt u beleidsregel 4.1c.1 raadplegen.
  • Om het vrijkomen van stof(fen) te verminderen, wordt een programma voor periodiek preventief onderhoud opgesteld en uitgevoerd.
Printen
By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.