Afspraken over risico Machineveiligheid

Brancheafspraken

Algemene beheersmaatregelen

Om de risico’s op het gebied van machineveiligheid zo veel mogelijk terug te dringen, zijn op brancheniveau de volgende algemene beheersmaatregelen opgesteld:

  • Werkzaamheden aan een machine worden alleen zelfstandig uitgevoerd door medewerkers die daarvoor (intern) zijn opgeleid.
  • Bij iedere machine ligt een Nederlandstalige gebruikershandleiding. Een gebruikershandleiding is de verzamelnaam voor onderhoudsvoorschriften (voor gespecialiseerd personeel) en gebruiksaanwijzing (voor bediening). De handleiding is afgestemd op het kennis- en ervaringsniveau van de doelgroep. Een handleiding ondersteunt medewerkers bij een juist gebruik van machines en hulpmiddelen. Dit verkleint de kans op ongevallen.
  • Lock-out is een beheersactiviteit die ervoor zorgt dat machines voorafgaand aan werkzaamheden op de juiste manier worden ontkoppeld. Hierbij wordt gebruik gemaakt van sloten of vergrendelingen. Een lock-outprocedure voorkomt dat machines worden ingeschakeld terwijl er mensen onderhouds- of schoonmaakwerkzaamheden uitvoeren. De kern van de procedure is dat de energiebron(nen) zijn vergrendeld met sloten, bijvoorbeeld een hangslot. Alleen de medewerkers die aan de machine werken, hebben de sleutels van deze sloten in hun bezit. De lock-outprocedure moet voor 1 juli 2012 geïmplementeerd zijn bij alle machines en installaties waar een werkschakelaar op is geplaatst. Machines en lijnen die nog geen werkschakelaar hebben en waar het zicht beperkt is (waardoor het niet eenvoudig te zien is of er onderhouds-, omstel-, of schoonmaakwerk aan verricht wordt) moeten zo spoedig mogelijk worden voorzien van een werkschakelaar met een lock-out-procedure – maar uiterlijk 1 juli 2012.
  • Ongevallen met machines worden vaak veroorzaakt door onveilige handelingen van medewerkers. Zij verwijderen bijvoorbeeld beschermkappen om sneller storingen te kunnen verhelpen. Daarom moet periodiek overleg plaatsvinden tussen operators en de Technische Dienst. Hierdoor komen eventuele knelpunten bij de bediening van de machine sneller aan het licht en kunnen ze sneller worden verholpen.
  • Operators zijn zich in veel gevallen bewust van gevaarlijke situaties of verbeterpunten. Door een procedure op te stellen om het melden van dit soort situaties te vergemakkelijken en de voortgang van verbeteracties te bewaken, verbetert de veiligheid en de efficiency van het productieproces. De werkgever ontwikkelt een procedure voor signalering van onveilige situaties (SOS-procedure). Hierin neemt hij onder meer op dat een medewerker die een SOS-melding doet binnen enkele dagen een reactie krijgt.
  • Bewegende delen van machines worden voorzien van schermen of beschermingsinrichtingen die risico’s als knel-, snij- of pletgevaar wegnemen. Het is niet eenvoudig om deze afschermingen te negeren of buiten werking te stellen. Deze bepalingen gelden ook voor machines als mengers, verdeelmachines, hef-/kiepinstallaties en verpakkingsmachines van voor 1995.
  • Bij onderhouds-, schoonmaak- en om- of afstelwerkzaamheden moet de machine worden stilgezet. In een uitzonderlijk geval mag de machine op kruipsnelheid worden gezet.
  • Orde en netheid zijn belangrijke voorwaarden voor het verbeteren van veiligheidsprestaties van bedrijven. Hiervoor kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van de 5S-methode. Deze methode richt zich op het verbeteren van de organisatie met de werkplek als uitgangspunt.
  • Er wordt een beleid geformuleerd en ingevoerd over hoe medewerkers met welk type mes moeten omgaan.
  • Bedrijven waarin dagelijks verkeer met transportvoertuigen plaatsvindt, stellen interne verkeersregels op. Het 'wegenverkeersreglement' is daarbij een goed uitgangspunt. De verkeersregels besteden in ieder geval aandacht aan:
  1. rijsnelheden;
  2. voorrangsregels.
  • Indien mogelijk wordt een fysieke scheiding aangebracht tussen rij- en looppaden.
  • Machines, apparaten en transportvoertuigen worden als gevolg van slijtage minder veilig. Daarom worden ze regelmatig, conform wettelijke eisen, gekeurd. Voor de keuringstermijn geldt een ondergrens van eenmaal per jaar.
  • Ook drukapparatuur met een overdruk van meer dan 0,5 bar moet, afhankelijk van het soort drukapparaat, om de twee, vier of zes jaar gekeurd worden door een bevoegde keuringsinstelling. Op Rijksoverheid.nl.ministeries/szw staat een overzicht van aangewezen keuringsinstellingen.
Printen
By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.